Peuterende putters
(Foto's: Pixebay)
Veel kleuriger dan putters kun je de vogels dicht bij huis nauwelijks krijgen, al zie je ze makkelijk over het hoofd, want ze lopen niet te koop met hun schoonheid. Begaafde zangers en zangeressen zijn het ook, maar hun gevarieerde liedje valt evenmin direct op, omdat ze het niet van de daken schreeuwen. Weinig vogels hebben het zo ver geschopt in de menselijke kunst en cultuur, denk alleen maar aan dat beroemde zeventiende-eeuwse schilderij "Het puttertje" van Carel Fabritius, toch is het de putters niet naar de bol gestegen.
Historisch gezien hebben ze goede redenen om zich een beetje gedeisd te houden, want ooit werden ze vanwege hun zang en kleurige uiterlijk in kooitjes gestopt of zaten ze aan een kettinkje, zoals op dat zojuist genoemde schilderij. Om vindingrijkheid en vlijt te symboliseren moesten ze trucjes leren als water putten met een vingerhoedje aan een koordje. Ze danken daar zelfs hun naam aan, al worden ze ook wel distelvink genoemd, want hun snaveltje is uitermate geschikt om zaadjes uit distels te peuteren en je zult ze dan ook vaak bij deze stekelplanten aantreffen.
Over dat peuteren gesproken, hun bloedrode masker zouden ze hebben overgehouden aan pogingen de doornenkroon uit het hoofd van Jezus los te pulken. Volgens de legende deden ze dat uit compassie, maar je kunt niet uitsluiten dat ze stiekem toch ook op zoek waren naar die smakelijke distelzaadjes. In ieder geval heeft het ze in het verleden een prominente plaats opgeleverd op veel religieuze schilderijen. Meneer putter was bij dat doornentrekken kennelijk wat ijveriger, want die heeft een iets grotere ‘bloedvlek’ dan mevrouw.
De peuterende putter kun je het hele jaar tegenkomen en sociaal als ze zijn, pulken ze vaak in groepen. Zoals gezegd zingt ook mevrouw een lied, iets wat lang niet alle vogelmevrouwen doen en ze is ook wat avontuurlijker aangelegd dan meneer. ’s Winters krijgen we bezoek van vrouwelijke putters uit noordelijke streken, terwijl die van hier naar het zuiden trekken. Meneer is meer een huismus, die is tevreden met de plek waar hij het hele jaar al zit. In het voorjaar construeert mevrouw het nest en verzorgt meneer de logistiek, hij mag dan bouwmateriaal aanslepen. Als hij de kans krijgt peutert hij dat uit nesten van anderen, bijvoorbeeld uit die van neef vink. Ook op dat punt zijn ze heel gewoon gebleven, hoe beroemd, kleurig, welluidend, en sociaal ze ook zijn.